Turn-terrorisme en sport als reddingsboei

8 september 2011

Ook zo geraakt door het artikel over ‘turn-terrorisme’ in het blad Helden? Ook in topsport hoort volgens mij het plezier in de sport voorop te staan, dus als ik dan lees dat zo’n turnster zo tegen de training opziet dat ze bijna wenst dat haar vader het water in zal rijden, doet dat pijn aan mijn sporthart. Hieruit blijkt ook hoeveel effect verbale intimidatie op jonge mensen heeft. Zozeer, dat deze meiden zichzelf zijn kwijtgeraakt en moeite hebben de draad op te pakken.

Het omgekeerde bestaat ook. Voor mij was de sport juist mijn reddingsboei in een wereld waarin ik werd gepest en getreiterd en me geen raad meer wist. De sport gaf me houvast. Trainingen waren perfecte manieren om even te ontvluchten aan die verbale intimidaties waar ik nooit een antwoord op had, waarbij ik me machteloos voelde. De sport zorgde ervoor dat ik nog enig gevoel van eigenwaarde behield, en mijn prestaties gaven me nog enigszins het geloof dat ik toch nog wel iets kon. Al snakte ik daarbij wel hardnekkig naar erkenning, die ik niet vaak kreeg. Immers, een tweede plaats was geen eerste, en op de lange afstanden kon ik beter inpakken (ik heb het nu over wedstrijdschaatsen).

Over het effect van dit soort pesterijen op jonge leeftijd kan ik ook meepraten als geen ander. Als Gabriëlle Wammes zegt dat ze nog vaak denkt dat ze niks kan en heel onzeker is, herken ik dat sterk. Ook dat af en toe ontploffen doet me aan mezelf denken. En net als Renske Endel voel ook ik me vaak niet comfortabel bij de omgang met andere mensen, omdat ik in mijn tienerjaren altijd alleen was en niet heb geleerd hoe het werkt op het sociale vlak. Dat kom ik zelfs nu, twintig jaar later, nog tegen. Zowel privé (hoeveel of beter hoe weinig vrienden heb ik nu echt?) als beroepsmatig (we zoeken toch een andere persoon voor deze functie, en dus ben ik werkloos). En dat doet pijn.

Zelfs tien jaar therapie heeft me niet het benodigde zelfvertrouwen kunnen geven en me kunnen leren op sociaal vlak handig te opereren. Op mijn 41e loop ik nog steeds regelmatig vast op die punten, die terug te leiden zijn naar mijn jeugd waarin ik me nergens veilig heb kunnen voelen. Thuis niet, op school niet, op straat niet. Wat dat betreft zou ik graag wat meer op Suzanne Harmes willen lijken, wat een sterke meid om alles langs zich af te kunnen laten glijden. Helaas zit mijn persoontje anders in elkaar en trek ik me alles vrij snel persoonlijk aan, met alle nadelige gevolgen van dien.

Nog altijd is sporten mijn uitlaatklep. In de sport heb ik vrienden gemaakt. Ik kan alle dagelijkse frustraties van me af trainen, en mijn hoofd helemaal leeg maken. Mijn haptotherapeute heeft wel eens gezegd dat de schaatshouding voor mij heel goed is, omdat je zo wel in contact moet komen met je gevoel. Onderdrukken gaat in die houding niet. Maar ook na 25 jaar worstel ik nog steeds, en heb ik de sport nog altijd nodig als reddingsboei. Wel één met heel veel plezier.

Maar wanneer zal sport ook voor mij gewoon sport zijn? Wanneer zal ik zelf de hoofdrol op durven eisen in mijn leven, en durven zijn wie ik echt ben? Een moeilijk proces waarbij de sport een prima hulpmiddel vormt. Misschien nog wel twintig jaar.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.